Het was het uitzicht dat ons overtuigde. Dat weidse, open landschap maakte dat we twaalf jaar geleden dit huis kochten. Hier wilden we een tuin maken. Niet zomaar een tuin, maar een plek die mee beweegt met de seizoenen, waar je elke dag opnieuw iets ontdekt.
We hadden al tientallen jaren tuinen bezocht, in binnen- en buitenland. We genoten ervan, leerden ervan, en voelden de behoefte om zelf te creëren. En hier, op deze plek, voelden we het meteen: dit was het moment. We vertrokken bovendien niet van nul. De tuin was ooit ontworpen door een tuinarchitect, met een heldere structuur van hagen, paden en bomen. Het voelde als een perfect canvas — stevig van opbouw, maar open genoeg om er een eigen verhaal in te laten groeien.
Dat verhaal moest ecologisch zijn, met zoveel mogelijk lokale planten. Wereldwijd kom je steeds opnieuw dezelfde soorten en cultivars tegen, alsof autochtone planten geen plaats verdienen in onze tuinen.
De klemtoon ligt dan ook op heemplanten. Maar we kozen er bewust voor om die te combineren met allochtone bloemen, grassen en struiken in de bestaande borders rond het huis. Zo ontstaat een natuurlijke verbinding tussen de meer klassieke tuincultuur en de spontane ecologische tuin. Niet als tegenstelling, maar als een harmonie.
Onze inspiratie? The Dutch Wave — een beplantingsstijl waarin siergrassen, vaste planten en bollen het hele jaar door kleur, structuur en beweging brengen. Planten met een natuurlijke uitstraling en aantrekkelijke structuur die passen bij de bodem. We werken zonder bodembewerking en zonder schoffelen, maar wieden selectief. Kunstmest en chemische bestrijding krijgen hier geen plaats. We tuinieren met de natuur mee, niet ertegenin.
Als je ons vraagt welk deel van de tuin onze absolute voorkeur heeft, dan hoeven we niet lang na te denken: de bloemrijke graslanden. Bloemenweides zijn zoveel spontaner dan aangeplante borders. Maar eenvoudig is het niet. Het aanleggen blijft een uitdaging.
Tien jaar geleden vormden we een groot deel van het gazon om naar bloemenweide. We verzamelden zaden in wegbermen: Wilde margriet (Leucanthemum vulgare), Groot streepzaad (Crepis biennis), Knoopkruid (Centaurea jacea)… Zij vormen vandaag de basis. De zaden zaaiden we in op opengewerkte stukken gazon. Het was geen onmiddellijk succes. Op onze van nature rijke leemgrond bleef het gras hardnekkig domineren. Pas toen we de hulp kregen van de halfparasiet Ratelaar, die het gras afremt, kwam er ruimte voor wilde bloemen. Dezelfde werkwijze pasten we toe in de boomgaard waar het grasland nu jaar na jaar bloemrijker wordt. Het vraagt tijd. En geduld.
In de zomer maaien we de bloemenweides. Het gras en de bloemen drogen we en bewaren we deels als hooi op hooiruiters. Een boomgaard, geflankeerd door meidoornhagen en in de zomer verrijkt met hooiruiters, roept de sfeer op van het bocagelandschap van vroeger. In het najaar zorgt een kleine kudde schapen voor nabegrazing. Het hooi dient als wintervoeding. In dit gesloten systeem gaat weinig verloren.
In 2021 kreeg onze tuin een naam: “Malushof”. Voor het eerst stelden we hem open voor publiek. De naam verwijst naar de vele appelrassen die onze tuin rijk is. In het tuingedeelte vormen de sierappels Malus x robusta ‘Red Sentinel’ een rode draad. Vooral in het najaar en de winter zorgen duizenden kleine rode appeltjes voor een kleurrijk schouwspel.
In onze boomgaard vind je oude appelrassen, met een exemplaar van de zeldzame inheemse Wilde appel, Malus sylvestris, die het plaatje compleet maakt. Hij staat voor waar deze tuin om draait: het bewaren van wat waardevol is, en het laten bloeien van wat van nature hier thuishoort.
Annemie & Erwin